Vierdaagse
Kees de skoe zei "Ik denk dat ik het wel ken" En schreef te Nijmegen zich in bij de wedren Dat kattekkers met schommelende zeegang Lopen Moest menig mens met een schouderduw bekopen Kees kreeg enorme blaren als bulten van kamelen Zijn voeten roken naar vers gerookte makrelen Doorlopend zwetend zwalkend als was hij buitengaats Finishste hij eindelijk als eerste in de pleisterplaats Piet Rovers